Rick Veldheer en Carla Egas – Fotografie: Johannes van Camp

Samen vrij zijn, is mijn levensverhaal

Rick is even thuis bij zijn ouders in Gorinchem. Volgende week gaat hij weer naar Nijmegen voor college aan de Radboud Universiteit. “Eigenlijk zou ik naar het buitenland gaan voor een stage ‘international relations’. Door corona ging dat niet door. Daarom ben ik nu maar aan een tweede masterstudie begonnen. Zonder hulp van de mensen om mij heen had ik dat nooit gekund.”

Rick is namelijk doof geboren. Op zijn derde ging hij naar een school voor doven en slechthorenden, de Amman stichting in Rotterdam. “Daar zeiden ze dat ik nooit goed zou kunnen praten of naar een gewone school zou kunnen.” Maar het liep anders. Door zijn wilskracht, intelligentie en vooral de hulp van de mensen om hem heen lukte wat niemand voor mogelijk hield.

Daltonschool De Poorter
“Mijn ouders zagen hoe ik me ontwikkelde en bedachten dat ik misschien toch wel naar een gewone basisschool kon. Dat zagen ze eerst niet zo zitten bij de school voor doven 
en slechthorenden. Maar mijn ouders wilden het toch proberen. Niet alle basisscholen waren toen enthousiast, maar bij de Poorterschool was ik welkom.”

Op de Poorter kwam Rick in de kleuterklas van Carla Egas.
“Juf Carla heeft ontzettend veel voor me betekend. Ze heeft zelf een dove dochter, dus zij begreep hoe ze met me om moest gaan.”

Juf Carla Egas: “Gelukkig zijn we vanuit ons Daltononderwijs samenwerken gewend. Want je moet het echt samen doen al die jaren tot en met groep 8. Alle neuzen moesten dezelfde kant op en dat lukte, want iedereen wilde dit graag voor en met Rick doen. Ook al betekende dat extra begeleiding en overleg met begeleiders van de school voor doven en slechthorenden. En dat is allemaal prima gegaan.”

Kinderen zien geen handicap
“Ook met de kleuters, want die vonden dat wel interessant die hoorapparaatjes. Kinderen zien geen handicap, maar een nieuw vriendje. Rick werd dan ook snel opgenomen in de groep. Samen met het team, zijn ouders en de fijne begeleiders van de school voor doven en slechthorenden is het ons gelukt. We hebben veel gepraat, gelachen, maar ook wel gehuild. Want het is niet altijd makkelijk.”
Makkelijk is het zeker niet als je doof geboren bent. Ook al praat Rick nu honderduit zonder dat je amper iets aan hem merkt, vanzelfsprekend is dat niet. Zelf praat hij niet graag over beperkingen. “Waarom zou je klagen over wat niet gaat, het is wat het is. Ik kijk liever naar wat er wel kan.”

Hobbels
Maar toch, Rick begon al met een taalachterstand. Want als je niets hoort, ontwikkel je geen spraak. Door veel te oefenen, leerde Rick uitstekend te spreken. Dat is moeilijk, als je jezelf niet hoort.
En zo zijn er meer praktische hobbels. Rick draagt weliswaar hoorapparaten, maar verstaat mensen door te liplezen. Daardoor mist hij bijvoorbeeld de toonhoogte in spraak. Rick weet dus niet of je iets boos of lief zegt. Dat 
is lastig. Soms is het zelfs gevaarlijk als je niets hoort.
“Als er bijvoorbeeld op een feestje plotseling iets buiten het zicht gebeurt, merk ik dat niet. Als niemand mij waarschuwt, is dat een probleem. Sowieso kan ik op feestjes niet meepraten in groepjes, want ik kan maar 1 persoon tegelijk volgen met liplezen.”

Zo kan het dus gebeuren dat Rick informatie om zich heen mist. Met hulp van anderen krijgt hij dan toch zoveel mogelijk mee. “Op het gymnasium bijvoorbeeld had ik veel steun van twee vriendinnen die ik al vanaf de basisschool ken. 
Zij hadden altijd goed in de gaten wanneer ik iets miste. Dan zorgden zij dat ik die informatie toch kreeg.”